Pas op je woorden
Ik gaf het al aan in l
es 2 van deze cursus DOEN DENKEN: woorden zijn krachtige
dingen. Met woorden kun je mensen groter maken en kleiner maken.
Met woorden kun je iets positief maar ook negatief
benaderen.
positief versus negatief
We zijn veel gevoeliger voor kritiek dan voor positieve
feedback. Stel je voor je hebt een schilderij gemaakt en je krijgt
90 reacties van 90 verschillende mensen. Van die 90 reacties zijn
er 60 positieve reacties en 30 negatieve reacties. Volgens de grote
meerderheid heb je dus een prachtig schilderij gemaakt.
Een grote kans dat je toch ontevreden bent over de
reacties. De negatieve reacties die zie je, die blijven in je hoofd
rondzweven. De positieve reacties zijn als het ware verdwenen in je
hoofd.
aandacht
Alles wat je aandacht geeft, zal groeien. Als je dus die
negatieve energie in hoofd aandacht geeft, dan zal deze verder
kunnen groeien in je hoofd.
We hebben allemaal continue een stemmetje in ons hoofd.
Dat stemmetje kan ons enorm helpen als het op een opbouwende manier
tegen onszelf praat maar het kan ook enorm tegenwerkend op het
moment dat het stemmetje onszelf naar beneden haalt. Nu heb je
nogal wat stemmetjes in je hoofd.
elke seconde een gedachte
Het blijkt dat we ongeveer elke seconde een gedachte
hebben, dat zijn een boel gedachten. Meer dan 50.000 gedachten per
dag. Helaas is het zo dat we vaak geneigd zijn vaker negatief dan
positief te denken.
Als je dan ook nog weet dat alles wat je energie geeft groeit,
dan zul je begrijpen dat het enorm belangrijk is dat je op de
juiste manier met jezelf praat. Oftewel dat je jezelf als het ware
dwingt om op een positieve manier tegen jezelf te praten.
Een voorbeeld
Er is een keereen experiment gedaan met kinderen
die voor het eerst naar de middelbare school gingen. De leraar
wiskunde kreeg aan het begin van het jaar een lijst van alle
leerlingen uit zijn nieuwe klas met daarachter de resultaten van de
CITO toets op het onderdeel rekenen. Echter wat de leraar niet
wist, was dat deze resultaten verzonnen waren. Kinderen die in
werkelijkheid heel slecht waren in rekenen, stonden op deze lijst
bovenaan alsof ze het beste waren in rekenen. Uiteraard ook
omgekeerd: kinderen die in werkelijkheid heel goed scoorden op
rekenen tijdens de CITO toets stonden op deze lijst helemaal
onderaan als zijnde heel slecht in rekenen.
Vervolgens bekeek men na een jaar of er een verband was
tussen de plek die een kind had op deze (verzonnen) lijst en de
uiteindelijke resultaten in het vak Wiskunde aan het einde van het
schooljaar. Wat bleek: er was een zeer sterk verband tussen de plek
op de lijst en de behaalde resultaten. Oftewel kinderen die in
werkelijkheid heel slecht hadden gescoord op de CITO toets maar die
hoog op die lijst stonden waardoor de leraar dacht dat ze heel goed
waren in rekenen die scoorden ook hoge cijfers. Kinderen die in
werkelijkheid heel goed hadden gescoord maar die laag op de lijst
stonden, scoorden dat jaar ook lage wiskundecijfers.
Dit verband was zelfs zo sterk dat besloten is om dit
onderzoek niet meer verder uit te voeren in verband met mogelijke
schadelijke effecten voor de kinderen.
Dit onderzoek toont aan hoe groot de kracht van woorden
zijn: doordat de leraar dacht dat een leerling goed was in rekenen,
werd de leerling optimaal door de leraar gestimuleerd om het
maximale te behalen. Als het niet lukte sprak de leeraar
bemoedigend toe om het toch maar te blijven proberen. Het resultaat
was duidelijk: door de positieve woorden en manier van kijken naar
de student werden veel hogere resultaten bereikt dan voor mogelijk
werden gehouden.
Het omgekeerde bleek ook waar: door op een negatieve een
leerling te benaderen, bleken aanvankelijk talentvolle leerlingen
uiteindelijk een stuk slechter te presteren.
Oftewel: kies je woorden zorgvuldig. Oefen jezelf in
woorden als: het gaat goed, het is fantastisch, heerlijk, etc. Maak
voor jezelf gerust eens een lijst met meer dan honderd worden die
allemaal positief zijn. Je zult zien dat dat nog best lastig is.
Aan de andere kant: als je voor jezelf een lijst met meer dan 100
negatieve woorden maakt, zul je zien dat dat een stuk eenvoudiger
is.
We zijn door en door getraind in negativisme: we kennen de
woorden, we zijn gewend aan de taal en zijn erg goed in onszelf
verkleinen en negatief benaderen. Immers als je alles niet te mooi
maakt, dan valt het ook niet zo tegen als je je doelen niet hebt
bereikt.
Echter wil je je doelen wel halen, wil je tot die 5% behoren die
wel slaagt in zijn goede voornemens, wil je wel gaan voor goud,
train dan jezelf in positivisme. Misschien geen Emiel Ratelband
maar gewoon een gezond optimisme.
samengevat
Woorden zijn krachtige middelen, verklein jezelf niet,
praat positief tegen jezelf, over jezelf en wees trots op waar je
voor staat en wat je wilt bereiken. Dat straal je uit waardoor je
eigen ik er makkelijk in gaat geloven en de kans groter wordt dat
je je doelen gaat bereiken.